Amsterdam zorgt voor benodigde aanpassing bouwbudget scholen

De gemeenteraad van Amsterdam heeft ingestemd met de door het college voorgestelde aanpassing van Bijlage IV (Indexering en normbedragen voor vergoeding) van de Verordening Huisvestingsvoorzieningen Onderwijs. Met die aanpassing loopt de gemeente voorop in de landelijke discussie over een aanpassing van de VNG-(advies)normen. In de praktijk komt de Amsterdamse aanpassing overeen met een gemiddelde toeslag van ruim 45% op de VNG-normbedragen. Met de aangepaste Amsterdamse Normbedragen speelt de gemeente Amsterdam in op de aangescherpte wetgeving als ook de maatschappelijke vereisten rondom toekomstbestendige onderwijsvoorzieningen. Nog niet meegenomen is de stap naar Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG). Een verplichting voor nieuw op te leveren gebouwen vanaf 2021.

Keuze voor een structurele oplossingahti-gemeente-Amsterdam.jpg
De gemeente Amsterdam werkt al geruime tijd aan aanpassingen van de verordening Onderwijshuisvesting. Één van de aanpassingen betreft de normvergoeding. Op basis van de aangescherpte eisen binnen de wet- en regelgeving als ook de conjuncturele ontwikkelingen heeft de gemeente geconstateerd dat de bedragen uit de verordening in de praktijk niet langer toereikend waren om de gewenste voorzieningen zoals (vervangende) nieuwbouw en uitbreidingen te kunnen realiseren. Om niet steeds opnieuw te hoeven beslissen over een bijstelling van het projectbudget op basis van toe te kennen ‘meerkosten’ is nu gekozen voor een structurele verhoging van de normbedragen. Voor het bepalen van deze nieuwe normbedragen liet de afdeling Onderwijs het Projectmanagementbureau een Menukaart opstellen. Met de herziening van de normvergoedingen voor de onderwijshuisvesting kan weer worden beschikt over voldoende budget om (vervangende) nieuwbouw te realiseren van voldoende kwaliteit.

Kwaliteit schoolgebouwen en normvergoedingen
Uitgangspunt is dat de nieuwe normkosten (prijspeil 2017) volledig de stichtingskosten dekken (excl. grond) voor een nieuw te bouwen school in Amsterdam vanaf 2018. Dit binnen de huidige markt en volgens de laatste wet- en regelgeving. Om helder te hebben wat inbegrepen is en niet stelde de gemeente een overzicht op met “Uitgangspunten Normkosten OHP2018” op. Schoolbesturen Primair Onderwijs in Amsterdam ontvingen begin deze maand een memo van de gemeente Amsterdam met een toelichting op de vastgestelde nieuwe normkosten. Voor de bepaling van de nieuwe Amsterdamse normbedragen zijn alle prijsbepalende factoren in beeld gebracht. Hiervoor is mede het landelijke Kwaliteitskader Huisvesting als onderlegger gebruikt. Op basis van een gemaakte financiële doorrekening van specifieke onderdelen zijn vervolgens keuzes gemaakt in het gewenste kwaliteitsniveau voor nieuw te realiseren onderwijsvoorzieningen in Amsterdam. Met de nieuw vastgestelde norm is gekozen voor een kwaliteit die toereikend is voor actuele wet- en regelgeving (Bouwbesluit  2012 versie 1-1-2017), uitgangspunten ten aanzien van Marsh eisen, Eisen voortkomend uit het PvE Frisse Scholen (Klasse B), Toekomstbestendig bouwen (ivm flexibiliteit) en Gymvoorzieningen die voldoen aan de richtlijnen van de KVLO. De keuze voor de KVLO normen ondersteunt bij nieuw te bouwen scholen de realisatie van een grotere gymzaal. Vanuit oogpunt ‘sport en bewegen’ een nadrukkelijke wens van Amsterdam. In het traject dat heeft geleid tot de aanpassing van de normbedragen zijn gesprekken gevoerd met schoolbesturen, het Project Management Bureau van de gemeente Amsterdam en Ruimte-OK. Daarnaast heeft er ook een overleg met de G4 en de VNG plaatsgevonden.

Onderwijsgebouwen en BENG
Met de herziening van de normvergoeding voor onderwijshuisvesting heeft de gemeente Amsterdam gezocht naar een structurele oplossing. Dit om in de toekomst voldoende budget te hebben om (vervangende) nieuwbouw te kunnen realiseren van voldoende kwaliteit. In de verhoogde normkosten wordt nu nog niet gerekend met enkele duurzaamheidsonderwerpen. Denk daarbij aan BENG, de waterbestendige stad, vergroening (daken en schoolpleinen) en circulaire bouwmethoden. Als ook enkele Amsterdamse onderwerpen zoals de gewenste inpandige fietsenstalling is niet in de nieuwe norm opgenomen.

Andere wijze van indexeren
Bij de aanpassing is er ook voor gekozen niet langer de VNG indexering aan te houden maar (per 1 januari 2018) te gaan indexeren volgens de BDB-normering. Deze norm wordt in overleg met BDB vastgesteld voor Amsterdam. Tijdens het opstellen van het Kwaliteitskader Huisvesting werd al duidelijk dat deze indexering het meeste aansluit bij de ontwikkelingen in de scholenbouw.

Amsterdam zet in op versnelling 
De aanpassingen komen op het juiste moment. 'Amsterdam is een stad die altijd in beweging is en blijft. Dit geldt zeker ook voor het Amsterdams onderwijs. We willen dat onze jonge Amsterdammers les krijgen in goede, duurzame en frisse schoolgebouwen. Nieuwe schoolgebouwen, vervangende schoolgebouwen, uitbreidingen; Amsterdam bouwt continu aan onderwijs. Dit vraagt vanuit de gemeente een werkwijze die ervoor zorgt dat de bouw van scholen zonder vertraging goede doorgang vindt. Het aanpassen van de normvergoeding voor onderwijshuisvesting helpt daar enorm bij. Anticiperen op maatschappelijke ontwikkelingen, minder bureaucratie en sneller bouwen. Dat we daarbij ook nog eens voorloper in Nederland zijn, is een compliment voor de stad.’ Aldus Simone Kukenheim wethouder Onderwijs in Amsterdam.

Amsterdam bouwt continu aan onderwijs. Dat we daarbij ook nog eens voorloper in Nederland zijn, is een compliment voor de stad.

Wethouder Kukenheim

Draagvlak onder schoolbesturen
De aanpassing kan rekenen op een groot draagvlak onder de schoolbesturen. Schoolbesturen reageren dan ook enthousiast op de aangepaste normbedrag. Peter Meijboom (Openbaar Onderwijs Noord) zelf één van de medeopstellers van het landelijke Kwaliteitskader Huisvesting zegt daarover: “Dit is een eerste stap naar de noodzakelijke kwaliteitsverbetering van onderwijsvoorzieningen in de stad. Met dit budget wordt het mogelijk te werken aan het gewenste kwaliteitsniveau zoals wij dat met het Kwaliteitskader Huisvesting voor ogen hebben.”

Onderliggende vergelijking met Modelverordening (prijspeil 2017):
tabel marco.png
Voor de bepaling van de nieuwe normbedragen in Amsterdam is gerekend met een 17-groepige school (incl. speellokaal excl. gymnastiekvoorziening). De investeringskosten van alle kwaliteitsaspecten zijn geraamd per m2 BVO door drie bouwkostenbureaus. Voor het bepalen van het nieuwe Amsterdamse normbedrag zijn de uitkomsten van deze bureaus gemiddeld.

Lees hier ook het eerder verschenen nieuwsitem over de Prijsbijstelling normbedragen onderwijshuisvesting 2017

24/10/2017 / Ruimte-OK
Gerelateerd