Landelijke aanpassing bouwbudget scholen

Steeds meer gemeenten stemmen in met een flinke verhoging van de normbedragen voor de nieuwbouw van onderwijsvoorzieningen. Na gemeenten IJsselstein, Den Haag, ZutphenWaddinxveen en de Utrechtse Heuvelrug stemde recent ook de gemeenteraad van Amsterdam in met de door het college voorgestelde aanpassing. Met de verhoging van de normbedragen lopen deze gemeenten voorop in de landelijke discussie over een mogelijke aanpassing van de VNG-(advies)normen. 

Traditionele vaststelling jaarlijkse normkostennieuws.png
Het is gebruikelijk dat in het najaar de prijsbijstelling plaats vindt voor de normbedragen in het daarop volgende jaar. Normbedragen voor onderwijshuisvesting worden geïndexeerd volgens een indexering opgenomen in de Model-verordening. De VNG rekent deze cijfers jaarlijks uit bij wijze van collectieve dienstverlening. De systematiek van de prijsbijstelling van de normbedragen onderwijshuisvesting is vastgelegd in bijlage IV deel B van de modelverordening voorzieningen huisvesting onderwijs. Het komt steeds vaker voor dat gemeenten gebruik maken van de mogelijkheid om op lokaal niveau een passende normvergoeding in de verordening op te nemen die betrekking heeft op de huisvestingsvoorzieningen voor het onderwijs. 

Problematiek knellende normbedragen
De problematiek van de te lage normbedragen is landelijk bekend. In het adviesrapport ‘Gezond en Goed- Scholenbouw in topconditie’, deed de voormalig Rijksbouwmeester in 2009 al een aanbeveling voor de actualisatie in de bekostiging naar de Rijksoverheid. Meer recent is het rapport ‘De praktijk gecheckt’, van de Algemene Rekenkamer. In dit rapport staat te lezen:

Kijken we naar de normbedragen die de VNG in haar Modelverordening voorzieningen huisvesting onderwijs hanteert voor nieuwbouw, dan blijken die niet te passen bij de ambities van de bewindslieden en over het algemeen zelfs niet bij de eisen die het Bouwbesluit 2012 aan gebouwen stelt”.

In de helpdesk van Ruimte-OK, komen dan ook geregeld vragen binnen of de VNG voornemens is de normbedragen bij te stellen zodat deze weer aansluiting krijgt bij de realiteit.

VNG legt ‘De lat omhoog’
Momenteel werkt de VNG aan de uitwerking van de met leden opgestelde toekomstvisie op onderwijshuisvesting ‘De lat omhoog’ uit 2015, Het verhogen van het macrobudget (verhoogde uitkering in gemeentefonds) voor de bekostiging van nieuwe onderwijsgebouwen heeft daarin hoge prioriteit. Als reden voor het tekort schietende normbedrag wordt in de visie gewezen op het feit dat de diverse wijzigingen van het bouwbesluit nooit hebben geleid tot een hogere storting in dit gemeentefonds. Daardoor heeft er ook nooit een verhoging van de VNG normbedragen plaatsgevonden. 

Sturen op meerjarige investeringsafspraken 
Positieve ontwikkeling is dat gemeenten en schoolbesturen steeds vaker gezamenlijk optrekken. Samen zien zij zich voor de opgave staan om schoolgebouwen te verduurzamen, in te spelen op de daling (en-of groei) van het leerlingenaantal en in te spelen op de verbinding met het sociaal domein. Via de commissie Nijpels, de bestuurlijke commissie die het overleg voert tussen VNG en de sectorraden in het Primair en Voortgezet Onderwijs, wordt momenteel gewerkt aan de uitwerking van de voorstellen die de drie organisaties gezamenlijk bij de staatssecretaris van OCW hebben ingediend. In deze uitwerking veel aandacht om te gaan sturen op meerjarige investeringsafspraken. Ook komen zaken als herijking van de normkostenvergoeding en het investeringsverbod aan de orde.

Recente aanbestedingen
Onderzoek deze zomer naar recente aanbestedingen van zo’n 50 scholenbouw projecten onderstrepen de noodzaak om als gemeente en schoolbesturen gezamenlijk op dit dossier op te trekken. Uitkomsten uit de gehouden enquête laten een beeld zien dat overeenkomt met de financiële paragraaf van het Kwaliteitskader Huisvesting voor het Primair Onderwijs. Het is dan ook niet verrassend dat veel gemeenten aangeven houvast te vinden in het Kwaliteitskader Huisvesting en die volgens dit onderzoek graag als landelijke norm gesteld ziet. 

Werken aan totaaloplossing
De roep om meer geld en houvast is niet nieuw. Wel is het voor Ruimte-OK duidelijk dat in de besluitvorming over het bouwen van een school nog steeds wordt gedacht vanuit normeringen en (bouw)kosten. Dit terwijl de meeste kosten rondom de onderwijshuisvesting gelegen zijn in de exploitatiefase. Ook worden maatschappelijke opbrengsten (vrijwel) nooit meegenomen. De consequentie is dat dit automatisch zal leiden tot een denkbeeldige vraag naar meer ‘eenmalig geld’ om te kunnen bouwen, zonder de vraag te stellen over ‘structureel geld’ dat nodig is gedurende de gehele levensduur.

Het gebouw zou niet langer alleen gezien moeten worden als een kostenpost: goede gebouwen genereren ook een maatschappelijke opbrengst, laten kinderen beter presteren en geven hen zelfvertrouwen en eigenwaarde mee. Huisvesting is daarmee ook een middel om ambities in het sociale domein te realiseren.

Door de beoogde levensduur van de huisvesting, als ook de maatschappelijke opbrengsten die het genereert, meer centraal te stellen, kan gewerkt worden aan een totaaloplossing. Een hogere aanvangsinvestering kan dan vanuit oogpunt duurzaamheid, gezondheid of betaalbaarheid te rechtvaardigen zijn als deze uiteindelijk tot hogere maatschappelijke opbrengsten en-of lagere levensduurkosten leidt.

Download het volledige nieuwsbericht

31/10/2017 / Ruimte-OK
Gerelateerd