Flex-e subsidie: kans voor scholen om netcongestie het hoofd te bieden
Sinds 6 mei 2026 staat de subsidie Flexibel elektriciteitsverbruik (Flex-e) weer open. De regeling helpt organisaties met een grote elektra-aansluiting om binnen hun bestaande aansluiting meer ruimte te creëren. In dit artikel zetten we de voorwaarden, kansen en aandachtspunten voor onderwijshuisvesting op een rij. Meer informatie vind je op de pagina van RVO over Flex-e.
Waarom juist nu relevant
Verduurzaming vraagt steeds vaker om extra capaciteit op het elektranet, bijvoorbeeld door een warmtepomp, extra zonnepanelen, uitbreiding of nieuwbouw. Tegelijkertijd loopt het stroomnet op veel plekken tegen zijn grenzen aan. Flex-e biedt een andere route door niet te wachten op netverzwaring, maar de bestaande aansluiting slimmer benutten.
Voor wie is de subsidie bedoeld?
Je komt in aanmerking als je aan deze drie voorwaarden voldoet:
- Grote elektra-aansluiting: (groter dan 3 x 80 ampère). Circa 30% van de PO/(V)SO-scholen heeft zo'n aansluiting. In het VO is dat aandeel beduidend hoger. Of je locatie hieraan voldoet zie je op de factuur van de systeembeheerder (voorheen netbeheerder).
- Locatie in een congestiegebied: Het gebouw moet in een postcodegebied liggen waar de systeembeheerder afnamecongestie heeft afgekondigd. Check dit op de capaciteitskaart van Netbeheer Nederland waar geel, oranje of rood binnen de regeling valt.
- Houder van de ATO: Je moet houder zijn van de aansluit- en transportovereenkomst met de systeembeheerder. Huurders zonder eigen ATO komen in 2026 niet meer in aanmerking. Dit is een wijziging ten opzichte van 2025.
Voor kinderopvanglocaties is de regeling in de praktijk vaak niet toepasbaar omdat ze minder vaak gebruik maken van grote aansluitingen en vaker huren.
Wie vraagt aan: schoolbestuur of gemeente?
Bepalend is wie de ATO op naam heeft staan. Dat is de partij die de factuur van de systeembeheerder ontvangt en betaalt. In het funderend onderwijs ligt het economisch eigendom van het schoolgebouw meestal bij de gemeente, terwijl het schoolbestuur juridisch eigenaar is met het exclusieve gebruiksrecht. Bij doordecentralisatie is ook het economisch eigendom overgedragen aan het bestuur. Welke partij feitelijk de factuur ontvangt, kan dus per situatie verschillen.
Check voor de aanvraag wie deze facturen ontvangt en betaalt. Een recente factuur van de systeembeheerder (maximaal twee maanden oud) volstaat als de ATO zelf niet snel beschikbaar is, mits gericht aan de subsidieaanvrager.
De drie onderdelen van Flex-e
De regeling volgt de logische volgorde van een investeringstraject: eerst inzicht, dan uitwerken, dan investeren. Je kunt elk onderdeel los aanvragen of in samenhang gebruiken. Heb je al goed in beeld welke maatregelen kansrijk zijn, dan kun je direct met stap 2 starten. Ligt er al een technisch ontwerp, dan kun je naar stap 3.
1. Flexibiliteitsscan
Inzicht in het huidige verbruik en welke maatregelen op papier kansrijk zijn.
Vergoeding: 50% van de kosten, maximaal € 10.000.
2. Haalbaarheidsstudie
Voorkeursmaatregelen technisch uitwerken, inclusief conceptueel-technisch ontwerp en afstemming met de systeembeheerder.
Vergoeding: 50% van de kosten, minimaal € 10.000 en maximaal € 125.000.
3. Flexibiliteitsmaatregelen
De daadwerkelijke investering. Voor scholen meestal een warmtepomp met warmtebuffer of een batterij gekoppeld aan PV.
Vergoeding: 40% van de kosten (verhoogd van 35% in 2025), minimaal € 25.000 en maximaal € 300.000.
Aanvragen kan voor alle onderdelen tot en met 15 oktober 2026 via Mijn RVO met eHerkenning niveau 2+. Het totale budget voor maatregelen is € 16,15 miljoen, verdeeld over twee groepen: € 6,5 miljoen voor maatregelen tot 100 kW en € 9,7 miljoen vanaf 100 kW. Behandeling gebeurt op volgorde van binnenkomst, en bij eerdere openstellingen was het budget vóór de einddatum op. Vroeg aanvragen vergroot dus de kans op toekenning.
Onder of boven 100 kW flexibel vermogen
Nieuw in 2026 is het onderscheid tussen maatregelen tot 100 kW flexibel vermogen en maatregelen vanaf 100 kW. Onder 100 kW heb je géén congestiecontract met de systeembeheerder nodig, een belangrijke versoepeling, want zo'n contract aanvragen kost al snel maanden. Boven 100 kW blijft een congestiecontract verplicht en is tijdige afstemming essentieel. Een congestiecontract is een aanvullende afspraak bovenop je bestaande ATO dus de ATO zelf hoeft niet te worden aangepast.
Wat doe je met de vrijgespeelde capaciteit?
Die ruimte kun je op twee manieren benutten:
- Ruimte binnen je bestaande aansluiting om te verduurzamen of uit te breiden.
- Een lager gecontracteerd transportvermogen afspreken met de systeembeheerder (nieuwe ATO), wat bespaart op de jaarlijkse systeemkosten. Verplicht is dit niet, maar wél een mogelijke uitkomst.
Aandachtspunten
- De-minimis: subsidies vallen onder het Europese plafond van € 300.000 over drie jaar. Check of er recent andere de-minimissteun is ontvangen die meetelt.
- Vier jaar in gebruik: gesubsidieerde maatregelen moeten minimaal vier jaar operationeel blijven.
- Doorlooptijd: maatregelen moeten binnen twee jaar na toekenning werken. Plan dus realistisch.
Conclusie en vervolg
Heb je als schoolbestuur of gemeente in 2026 al verduurzamingsplannen voor onderwijsvastgoed? Dan is dit hét moment om te kijken of een scan of haalbaarheidsstudie een logische eerste stap is. De aanvraagperiode loopt tot 15 oktober, maar omdat aanvragen op volgorde van binnenkomst worden behandeld en eerdere openstellingen vóór de einddatum waren uitgeput, betaalt vroeg handelen zich uit. Alle actuele voorwaarden, formulieren en het aanvraagloket vind je via rvo.nl/subsidies-financiering/flex-e.