Inventaris lokaal bewegingsonderwijs

Wat zijn de eisen voor de inrichting van een lokaal bewegingsonderwijs? En wie is verantwoordelijk voor het bekostigen van de inrichting? Voor de inrichting van een lokaal bewegingsonderwijs bestaan geen wettelijke eisen, normen of voorschriften. De verantwoordelijkheid voor het bekostigen van de inrichting is afhankelijk van het juridisch eigendom van het lokaal bewegingsonderwijs en of het betreft de eerste inrichting of het vervangen.

1.   Inleiding

Voor de inrichting van een lokaal bewegingsonderwijs bestaan geen wettelijke eisen, normen of voorschriften.

2.   Inrichtingsnormen

Vanaf het moment van de decentralisatie is in de modelverordening van de VNG alleen een genormeerd bedrag voor de eerste inrichting van een lokaal bewegingsonderwijs opgenomen. Het genormeerde bedrag is gebaseerd op de zgn. ‘Londo-lijst’ die onderdeel uitmaakte van het bekostigingsstelsel basisonderwijs. Dit is ook de enige norm die bestaat voor de eerste inrichting van een lokaal bewegingsonderwijs.

In veel gemeenten is in het verleden gebruik gemaakt van de zogenaamde ‘Londo-lijst’. In de praktijk is deze lijst vooral gebruikt als checklist voor de aanwezigheid van verplichte zaken. Dit was en is niet het initiële doel van de lijst: de ‘Londo-lijst’ is slechts bedoeld geweest als onderbouwing van een vast te stellen normbedrag voor het bekostigen van de inrichting van een lokaal bewegingsonderwijs. De ‘Londo-lijst’ was én is echter geen verplichtende lijst. Degene die de inrichting aanschaft heeft de vrijheid om die inventaris aan te schaffen die past bij de wijze waarop de lessen bewegingsonderwijs worden ingevuld. Het is aan gemeente en schoolbestuur om zorg te dragen dat in de lokaal bewegingsonderwijs de juiste inventaris aanwezig is.

Door de KVLO – de beroepsvereniging van leraren lichamelijke opvoeding – is een basisinventarislijst ontwikkeld vanuit de huidige onderwijskundige denkbeelden. Deze lijsten voor primair en voortegezet onderwijs zijn hier te vinden.

3.   Bekostiging eerste inrichting

De eerste inrichting van het lokaal bewegingsonderwijs bekostigt de gemeente. Het vervangen van de inventaris van het lokaal bewegingsonderwijs is een verantwoordelijkheid van de juridisch eigenaar van het lokaal bewegingsonderwijs:

stelt de gemeente een lokaal bewegingsonderwijs om niet ter beschikking stelt aan een school, dan is de gemeente, als juridisch eigenaar, verantwoordelijk voor het vervangen van de inventaris;
het bevoegd gezag als deze juridisch eigenaar is van het schoolgebouw, waarbij:

het bevoegd gezag van de school voor primair en (voortgezet) speciaal onderwijs hiervoor een vergoeding per klokuur ontvangt van de gemeente en onderdeel van deze vergoeding is een component voor het vervangen van de inventaris en
het bevoegd gezag van de school voor voortgezet onderwijs hiervoor een vergoeding ontvangt van het rijk als onderdeel van de lumpsumvergoeding;

wordt een lokaal bewegingsonderwijs gehuurd van een derde dan ligt de verantwoordelijkheid voor het vervangen van de inventaris bij de verhuurder.

Bron:  VNG (2012) & KVLO – de beroepsvereniging van leraren lichamelijke opvoeding – http://www.kvlo.nl

Gerelateerd