Kwaliteitscriteria Interieur - VO

Welke basiseisen stelt het Kwaliteitskader rondom de beeldverwachting aan de binnenkant van het gebouw? Hoe bereikt u de gewenste ruimtelijkheid, representativiteit en geborgenheid? En wat zijn de gewenste verbindingen en looplijnen?

B3. Zichtlijnen en uitzicht
gebouwopzet, inrichting, ruimtelijkheid, overzicht, transparantie, wandopeningen en doorzichten (openheid/beslotenheid)

a. Opzet en inrichting gebouw sluiten aan bij de visie op het onderwijs
b. Daglicht is tot diep in het gebouw voelbaar
c. Wanden langs verkeersruimten zijn voorzien van ramen (sociale controle)
d. Er is voldoende overzicht om toezicht uit te kunnen oefenen conform Arbocatalogus-VO
e. In onderwijsruimten is de afstand van vloer tot onderkant (verlaagd) plafond conform PvE Frisse Scholen Klasse A

B4. Kleur en materiaalgebruik
representativiteit, oriëntatie, kleurenleer, leesbaarheid (rust/drukte)

a. Kleur/ materiaal gebruik ondersteunt de functie van ruimten en oriëntatie in het gebouw
b. Kleur/ materiaalgebruik kent duidelijke afstemming op de te huisvesten doelgroep(en)
c. Interieur gebouw is goed (te) onderhouden en onderhoudsarm > Zie ook D13

B5. Trappen en niveaus
ruimtelijkheid, verticale verbindingen , traptype (open/gesloten)

a. Trappen hebben een minimale aantrede van 27 cm en maximale optrede van 18 cm
b. Trappen zijn zodanig gesitueerd dat onnodig geloop door het gebouw wordt voorkomen
c. Trappen kunnen (indien onderdeel PvE) ook functioneren als gebruiksruimte of tribune
d. Trappen zijn van leuningen voorzien conform norm Arbocatalogus-VO
e. Niveauverschillen zijn visueel gemarkeerd door pictogrammen of verschil in kleur/materiaal

B6. Routing en verkeersruimte(n)
vindbaarheid, oriëntatie, looplijnen, veiligheidsgevoel

a. Bruto-netto factor ligt tussen 1,30 - 1,45 (verhouding Bruto Vloer Oppervlak en Functioneel Nuttig/Netto Oppervlak)
b. Gangen die ook gebruikt worden als studieplek (indien onderdeel PvE) zijn minimaal drie meter breed
c. Looproutes in het gebouw zijn kort en duidelijk (sociale veiligheid)
d. Gebouw heeft duidelijke structuur waarin gebruikers zich gemakkelijk kunnen oriënteren

B7. Schaal en inrichting
geborgenheid, betekenisvol, toe-eigening, domeinvorming (leeftijdsgroepen/zonering)

a. Gebouw heeft een schaal en sfeer waarin gebruikers zich niet snel verloren voelen: leerlingen voelen zich er veilig
b. Gebouw kent een duidelijke zonering van ruimtes (o.a. afstemming installaties)
c. Gebouw voorziet in divers ruimteaanbod en verschillende sferen > Zie ook C8-C13

Gerelateerd