Kwaliteitscriteria Primaire Proces - PO

Welke basiseisen stelt het Kwaliteitskader rondom binnenactiviteiten met betrekking tot onderwijs en opvang in het gebouw? Hoe bereikt u de gewenste aansluiting met de onderwijsvisie en het gewenste voorzieningenniveau?

C8. leren - onderwijs
theorielessen, ruimte voor instructie, toetsing, leerpleinen

a. Gebouw vormt de (fysieke) vertaalslag van een visie op leren en ontmoeten
b. Ruimten voor onderwijsactiviteiten zijn afgestemd op minimaal 2m2 per leerling en 4m2 voor de leerkracht
c. Gebouw voorziet in divers ruimteaanbod voor verschillende werkvormen/ groepsgroottes > zie ook D11
d. Het gebouw moet zowel klassikaal als niet klassikaal onderwijs in zich op kunnen nemen
e. Ruimten waar klassikale instructie wordt gegeven biedt ruimte voor ten minste 25 leerlingen
f. Gebouw biedt naast ruimte voor instructie, ruimte voor samenwerking, zelfstandig werken, overleg en ontmoeting

C9. spelen - kinderopvang
voorzieningenniveau, voor- en naschoolse voorzieningen, andere gebruikers

a. In het gebouw (of in de directe nabijheid) is ruimte aanwezig voor zorg- en opvang activiteiten
b. Ruimten voor de voor- en naschoolse opvang hebben (indien aanwezig) een directe relatie met speelterrein

*Aadditioneel indien IKC (nieuwe schooltijden - dagarrangementen - kindcentra2020):
Gebouwen die conform landelijke ontwikkelingen integraal ruimte willen bieden aan activiteiten op het gebied van kinder(dag)opvang, sport, welzijn, zorg en cultuur of activiteiten moeten extra oog hebben voor de kwaliteitscriteria en ruimtebehoefte zoals genoemd onder C7. C9. C10. C11. C12. en C13. Om deze goed in te vullen kan gebruik gemaakt worden van het overzicht met rekenregels uit Bijlage 3 van de Publicatie Huisvestingsvraagstukken Kindcentra2020 (2016)

C10. sporten - bewegingsonderwijs
bewegingsonderwijs, ruimte voor sport, sportvoorziening

a. Het gebouw heeft een speellokaal (84 m2) met bergruimte (6m2) en een vrije hoogte van minimaal 3,5 m1
b. Het speellokaal is (voor bijeenkomsten) te combineren met de aula/ centrale ontmoetingsruimte zie > C7
c. In gebouw (of in directe nabijheid conform lokale verordening) is ruimte aanwezig voor geven bewegingsonderwijs
d. Indien sportruimte enkel wordt gebruikt voor bewegingsonderwijs is een zaalmaat van 12 x 21m toereikend
e. Om ruimte voor meerdere sporten (buurtfunctie) geschikt te maken is minimale zaalmaat 14 x 22 x 5,5 m
f. Zien sporten doet sporten, een sportvoorziening heeft dan ook bij voorkeur een prominente plek in het gebouw
g. Ruimten voor bewegingsonderwijs voldoen aan de normen conform de KVLO
h. Sportruimte heeft daglichtvoorziening met te openen raamdeel voor spuiventilatie > zie D1 en D3
i. Sportruimte heeft een eigen ingang (voor verhuur/ gebruik buiten onderwijstijd)
j. Wanden speellokaal zijn (constructief) geschikt voor ophanging groot spelmateriaal

C11. oefenen - praktijkonderwijs
creatieve vakken, ruimte voor verbeelding, techniek
a. Gebouw cultiveert en bevordert nieuwsgierige houding van leerlingen
b. Gebouw moedigt leerlingen aan om vanuit verschillende perspectieven naar de wereld om hen heen te kijken
c. Gebouw kent onderwijsruimten ingericht voor creatieve, muzikale, technische en-of expressieve activiteiten
d. Gebouw biedt ruimte om het werk van leerlingen te exposeren
e. Een (multifunctionele) centrale ontmoetingsruimte is berekend op 0,5 m2 per persoon
f. Ruimten die voor medegebruik open staan, liggen bij voorkeur dicht bij een entree en zijn afzonderlijk afsluitbaar
g. Inrichting praktijklokalen VSO (indien onderdeel PvE) voldoet aan normen Arbocatalogus VO
h. Gebouw is zodanig opgezet dat zij geschikt is voor het houden van voorstellingen met cultureel karakter > zie C7

*Additioneel indien speciaal onderwijs:
Gebouwen voor vormen van speciaal onderwijs kennen een hogere ruimtebehoefte voor C8, C11 en C13. Zie ook publicatie ‘Samen! Passende huisvesting voor Passend Onderwijs’

C12. overblijven
tussenschoolse opvang, lunchvoorzieningen, centrale of decentrale voorziening

a. Het gebouw beschikt over adequate overblijfruimte
b. Het gebouw beschikt over (centraal) gelegen keukenvoorziening voor multifunctioneel gebruik (geen grootkeuken)
c. Keukenvoorziening is voorzien van kookgelegenheid (afzuiging), vaatwasser, oven, koeling en opslagruimte
d. Gebouw heeft kookvoorziening(en) op basis van inductie

C13. werken
werkplekken, teamkamer

a. Het gebouw beschikt over een teamruimte (2m2 per fte, afh. van PvE) als pauzeruimte en werkruimte
b. Het gebouw beschikt minstens over één spreekkamer annex kleine vergaderruimte voor overleg leerlingen/ouders (bij voorkeur gesitueerd in nabijheid van bezoekersentree)
c. Het gebouw beschikt over ruimte voor directie, administratie, intern begeleider en ICT-beheer (8m2 per fte)
d. Teamruimte en directieruimte zijn zodanig gelegen dat deze ook een toezicht-/ sociale/ centrale aanspreekfunctie vervullen
e. Minimale omvang van ondersteunende ruimten is 12m2 (per ruimte)
f. Werkplekken leerkrachten (4m2) zijn nabij ramen/daglicht gesitueerd
g. Het gebouw beschikt over separate werkplekken voor leerkrachten buiten de groeps- instructieruimte indien deze na schooltijd voor andere doeleinden dan onderwijs worden gebruikt
h. Werkplekken leerkrachten voldoen aan ARBO-eisen zoals beschreven en toegelicht in Arbocatalogus PO

C14. overig
garderobe, bergings- en watervoorzieningen

a. Onderwijsruimten hebben minimaal 12m2 vrij wandoppervlak (voor inrichting/ prikborden)
b. Garderobes zijn zoveel mogelijk geïntegreerd in bouwkundige wanden
c. Garderobes moeten voorzien in opbergmogelijkheid voor jassen en tassen
d. Gebouw heeft (verspreid door het gebouw), voldoende bergruimte, tenminste 1m2 per 4 leerlingen
e. Kopieerapparaten worden in aparte, geventileerde ruimten geplaatst conform Arbocatalogus PO

Gerelateerd