Kwaliteitscriteria Secundaire voorzieningen - VO

Welke basiseisen stelt het Kwaliteitskader rondom binnenactiviteiten met betrekking tot secundaire voorzieningen in uw gebouw? Hoe bereikt u de gewenste aansluiting met activiteiten als sport, cultuur, overblijven en werken?  

C10. Leren - bewegen
bewegingsonderwijs, ruimte voor sport, sportvoorziening

a. In gebouw (of in directe nabijheid conform lokale verordening) is ruimte aanwezig voor geven bewegingsonderwijs
b. Een sportruimte (voor bewegingsonderwijs) heeft een minimale zaalmaat van 14 x 22 m en 5,5 m vrije hoogte
c. Zien sporten doet sporten, een sportvoorziening heeft bij voorkeur een prominente plek in het gebouw
d. Een fitnessruimte (indien onderdeel PvE) behoeft separate kleedruimte en extra ventilatie
e. Ruimten voor bewegingsonderwijs voldoen aan de normen conform de KVLO
f. Sportruimte heeft daglichtvoorziening met te openen raamdeel voor spuiventilatie > Zie D1 en D3
g. Sportruimte heeft een eigen ingang (voor verhuur/gebruik buiten onderwijstijd)
h. Wanden sportruimten zijn volledig vlak en kennen geen uitstekende delen

C11. Leren - creativiteit
creatieve vakken, ruimte voor verbeelding, expositieruimte

a. Gebouw cultiveert en bevordert nieuwsgierige houding van leerlingen (roept op tot experiment)
b. Gebouw moedigt leerlingen aan om vanuit verschillende perspectieven naar de wereld om hen heen te kijken
c. Gebouw kent onderwijsruimten ingericht voor creatieve, muzikale, technische en/of expressieve activiteiten
d. Gebouw biedt ruimte om het werk van leerlingen te exposeren

C12. Pauzeren - ontmoeten
lunchvoorziening, ruimte voor ontmoetingen, vrije tijd, informeel overleg, zelfstandig werken

a. Gebouw beschikt over adequate ontmoetingsruimte/pauzeruimte (ligging afgestemd op gewenst gebruik)
b. Centrale ontmoetingsruimte/pauzeruimte is (indien onderdeel PvE) berekend op 0,5 m2 per persoon
c. Gebouw beschikt over keukenvoorziening gekoppeld aan pauzeruimte t.b.v. cateringwerkzaamheden (geen grootkeuken)
d. Keukenvoorziening is voorzien van kookgelegenheid (afzuiging), vaatwasser, oven, koeling en opslagruimte
e. Pauzeruimte, cateringruimte en een toiletgroep moeten als eenheid apart te exploiteren zijn

C13. Werken
werkplekken, personeelskamer

a. Gebouw beschikt over personeelsruimte (2 m2 per fte, afh. van PvE) als pauzeruimte en werkruimte
b. Personeelsruimte is ingericht met een pantry, garderobe en eigen sanitair
c. Gebouw beschikt minstens over één spreekkamer annex kleine vergaderruimte voor overleg leerlingen/ouders (bij voorkeur gesitueerd in nabijheid van bezoekersentree)
d. Gebouw beschikt over voldoende ruimte voor directie, administratie en overige OOP- en staffuncties (8 m2 per fte)
e. Werkruimtes zijn zodanig gelegen dat deze ook een toezichtfunctie en sociale/centrale aanspreekfunctie vervullen
f. Minimale omvang van ondersteunende ruimten is 12 m2 (per ruimte)
g. Werkplekken leerkrachten voldoen aan ARBO-eisen conform norm kantoorwerkplekken uit Arbocatalogus-VO
h. Baliewerkzaamheden kunnen worden uitgevoerd conform norm Arbocatalogus-VO

C14. Overig
garderobe, berging en watervoorzieningen

a. Onderwijsruimten hebben minimaal 12 m2 vrij wandoppervlak (voor inrichting/prikborden)
b. Garderobes zijn zoveel als mogelijk geïntegreerd in bouwkundige wanden
c. Garderobes en/of kluisjes moeten (indien onderdeel PvE) voorzien in opbergmogelijkheid voor jassen/tassen
d. Gebouw heeft (verspreid door het gebouw) voldoende bergruimte, tenminste 1 m2 per 4 leerlingen
e. Gebouw voorziet in ruimte voor kluisjes (1 per leerling), zodanig gesitueerd dat toezicht gewaarborgd is en dat er geen logistieke knelpunten optreden
f. Gebouw beschikt over archiefruimte, kleine werkplaats voor conciërge en een opslagruimte (materialen)
g. Kopieerapparaten worden in aparte, geventileerde ruimten geplaatst > Zie ook D4
h. Opslagruimte(n) voor gevaarlijke stoffen voldoen aan norm Arbocatalogus-VO

Gerelateerd