Uitgangspunten omvang schoolterrein

Wat zijn de uitgangspunten bij het vaststellen van de omvang van het schoolterrein? Hoe berekent u dit?

Voor het vaststellen van de omvang van het schoolterrein zijn de volgende elementen bepalend:

Omvang van het gebouw

De omvang van het gebouw wordt bepaald op basis van het aantal leerlingen of groepen. Voor het bekostigen van de voorziening huisvesting onderwijs wordt de brutovloeroppervlakte van het schoolgebouw volgens de modelverordening van de VNG vastgesteld op basis van een vaste voet en een m2 per leerling. Het ministerie van OCW hanteert voor het bekostigen van een schoolgebouw het aantal groepen. Dit betekent dat er tussen de brutovloeroppervlakte van een schoolgebouw tussen datgene dat door de gemeente en de minister van OCW wordt bekostigd een discrepantie bestaat.

Voor het bekostigen van de voorzieningen huisvesting onderwijs is de gemeentelijke verordening voorzieningen huisvesting onderwijs leidend. De normering zoals deze in de verordening is opgenomen wijkt af van de minimumnormen die het rijk voor 1997 heeft vastgesteld.

Omvang van schoolterrein

Er bestaat geen landelijke normering voor het verharde gedeelte van het schoolplein. Op de bijlage is weergegeven de omvang van het schoolterrein zoals deze onderdeel uitmaakte van de genormeerde bekostiging door de minister van OCW. Daarbij is de relatie aangegeven tussen de omvang van het schoolgebouw en de omvang van het schoolterrein. Een schoolterrein wordt onderverdeeld in een:

  • verhard gedeelte
  • onverhard gedeelte

Omvang van het verharde gedeelte

De modelverordening van de VNG heeft in bijlage III, deel D de normering voor het verharde deel van het terrein opgenomen:
- 3 m2 per leerling, met een minimum van 300 m2 en
- vanaf 200 leerlingen kan met 600 m2 worden volstaan.

Het verharde gedeelte omvat zowel het speelterrein als de ruimte voor het plaatsen van fietsen. De normering voor het verharde gedeelte is ingevoerd in 1985 bij de invoering van het bekostigingsstelsel basisonderwijs. De laatste jaren is een ontwikkeling gaande dat de scholen een grotere omvang hebben dan in de jaren ’80 en dat door multifunctioneel gebruik van een schoolgebouw ook multifunctioneel gebruik van het schoolterrein plaatsvindt. Deze ontwikkeling heeft ook invloed op de omvang van het verharde gedeelte. Het is aan de gemeenteraad om vast te stellen of de genoemde normering in de gemeentelijke verordening moet worden gehandhaafd, of wordt aangepast.

Omvang van het onverharde gedeelte

Er bestaat geen normering voor het onverharde deel. Het is aan iedere gemeente afzonderlijk om de  omvang van het onverharde gedeelte te bepalen. Deze omvang kan ook op nul m2 worden vastgesteld, dit is echter onwenselijk.

Omvang schoolterrein

De totale terreinoppervlakte van het schoolterrein wordt vastgesteld door de voor de drie ‘elementen’ vastgestelde afzonderlijke bvo op te tellen.

Bron: VNG (2012)

Gerelateerd